Voorwoord
Uitspraken op dit blog zijn methodologisch noch op dieren getest. Er kan dus geen garantie worden gegeven dat zij niet zullen schokken. Rekent u zichzelf tot een sociale groepering met een strikte levensbeschouwing? Dan adviseren wij u preventief aan uw gezondheid te denken en dit blog te mijden.

30 januari 2010

Pijn

‘Het lijkt me echt cool om een keer een hoer te neuken,’ begint hij een zin die halverwege staakt. Een stilte omdat allerlei gedachten voorrang eisen. Sommige gesprekken verlopen nu eenmaal makkelijker als je ze in jezelf voert.
Zijn duim drukt tegen zijn kin terwijl zijn wijsvinger langs de kaaklijn cirkelt.
‘Dan hoef je je ook niet schuldig te voelen als je d’r pijn doet.’

14 december 2009

Dagboek van een alcoholist (6)

Als ik ontwaak, bonkt de realiteit in mijn hoofd. Verderop ligt de andere verantwoordelijke voor de twijfelachtige geur die de slaapkamer bedwelmt. Ja, na een douche zal de terugkomst in de slaapkamer van dit vakantieappartement niet meevallen. Misschien moet ik de schuifpui vast openen. Frisse wind is goed voor geest en geur.
‘Jézus Chrístus,’ hoor ik naast me krakende stembanden ontwaken, terwijl de eerste zonnestralen binnen vallen. ‘Mijn hoofd is ontploft, denk ik.’

Onhandig stap ik in een korte broek; de kater domineert van kruin tot enkels. Mijn voeten sluipen in teenslippers. Buiten hoor ik iemand op een afstand in het zwembad springen. Nog verder hoor ik het geluid van een driver die tegen een golfbal ketst (pling). Het loopt tegen half elf, dus het zal wel al door de vijfentwintig graden zijn. Voor het eerst in mijn leven zie ik kerstversieringen stralen in een zomerzon. Een fijne ontdekking, zo’n decemberzomer is gemaakt voor herhaling.

In de waterkoker roert het bronwater zich net zo heftig als het beestje in mijn hoofd. Achter me klinken slome voetstappen. De dagelijkse target is gisteravond gehaald. Ik tel negen lege flessen: literflessen bier, wat port, champagne en Rioja. De schoonmaakster zal rugklachten aan ons bezoek hier overhouden.
Vanmiddag een schone lei en een volle koelkast.
‘Koffie?’ vraag ik zonder omkijken.
‘Lekker,’ klinkt het antwoord eveneens zonder enthousiasme.
Uit het kastje pak ik een tweede mok. Voorzichtig doseer ik een gezonde dosis oploskoffie. In de draaikolk die mijn theelepel achterlaat, lost het goedje op. Was alles maar zo makkelijk oplosbaar. Uit voorzichtigheid schenk ik Haagse bakkies. Terecht, want er blijkt te weinig water voor een volle bak.
‘Wil je er Sambuca in?’ vraag ik dit keer met omkijken. Onze blikken kruisen en de vakantiestemming ontwaakt. Een kleine glans in doffe ogen.
‘Waarom ook niet?’ klinkt een retorische vraag. De dop gaat van de fles en ik schenk de riante bodem over de koffiemokken uit. De mokken zijn vol. Nummer tien soldaat, amen.

Straks gaan we naar vrouwen gluren op het strand. Misschien eerst even douchen zo. Maar sowieso beginnen met koffie; zwart als de hel, pittig als mijn kater...

5 november 2009

Bloemen aan mijn stuur

Niet zonder trots liet zij eerder haar stalen Ros zien. De fiets is onderworpen aan het seizoen: namaakbloemen in bruintinten hangen gedrapeerd om haar stuur, achterop de bagagedrager ligt een strookje kunstgras. Alles even herfstkleurig.
Terwijl het grauwe zaterdagmiddagwinkelpubliek langs ons heen vloeit en de zon dit alles met kille tonen inkleurt, vraag ik me af waarom de fiets is versierd. Doorgaans betreed ik het vrouwelijk denkraam vrij gemakkelijk, maar sommige wegen zijn nu eenmaal onbegaanbaar. Eigenaardigheid is in ieder geval authentiek.

Met haar fiets in mijn hand klimmen we vanaf het warenhuis omhoog richting de supermarkt. Een verschijning die op de Diagonaal bepaald niet onopgemerkt blijft. Blikken schieten van mij naar de fiets en terug.
'Wat is er ook weer de reden van dat ik je fiets vasthoud?' vraag ik, intussen blikken ontwijkend.
'De andere optie was dat je me worst zou voeren,' giechelt ze terug. Haar tanden grijpen er voorzichtig bij in voorgepoerd broodje hotdog. Zonder deeg is het feitelijk een korst met worst – ik heb gepast voor het vriendelijke aanbod.

Mopperend over mijn rol struinen we verder omhoog.
Tot zich een meisje losmaakt van haar gezelschap en op ons afstapt. Ik schat haar jonger dan tien, mede omdat haar suikerroze winterjasje verantwoord ver is dicht geknoopt – al ziet het er buiten kouder uit dan het is. Ze blijft stilstaan, haar aandacht verdwijnt volledig in de bloemen aan mijn stuur. Haar mond hangt open, alsof ze schrikt van het idee dat grote mensen weldegelijk hetzelfde kunnen denken als zijzelf.
Even is de bloemenfiets het centrum van de wereld.
'Lach je me nou uit om mijn fiets?' vraag ik het meisje.
'Hij is van mij hoor,' hoor ik naast me naar het meisje roepen. De worst wordt er even voor met rust gelaten.
'Heus!' benadruk ik, 'Hij is van haar!'

Nog een keer omkijken voor we de hoek omslaan. Ik lach nog even om het roze meisje, terwijl naast me een worst wordt ontleed.

2 november 2009

november

De zon schijnt, maar het is november.

1 november 2009

Trekking

'Zal ik een aantal verschillende doen, anders?' stelt ze voor.
Ik vind het prettig als mensen assertief zijn, dus maak ik van het aanbod gebruik. Haar geblondeerde, punkachtige stekels schieten achter de balie heen en weer. Achter ons staat een ongeduldige rij.
Mijn blik valt op een glimmer in haar boezem. Omgeven door het rode bloesje van de slechte boekhandel schreeuwt het opgehangen (maar waar hangt het aan?) diamantje om aandacht. Het klimrek van de glijbaan die haar decolleté is.
'Wilt u loten met dubbele trekking?' vraagt ze over de lotto-loten.
Vragend kijk ik naast me. Hebben we een dubbele trekking nodig?
'Nee dank je, op zaterdag vind ik een keer trekken genoeg.' antwoord hij ad rem. Als vaste lacher op zijn hand complimenteren mijn longen zijn snelheid.
'Flauw…' moppert het meisje terug. Blijkbaar ziet ze er leuker uit dan ze is.
'Kom op,' probeert het blok aan haar been naast me nogmaals, 'dat is grappig! Sommige woorden vragen gewoon om een lach. Zoals lidwoord.'
'Context,' vul ik hem aan zonder een pauze te laten vallen. We plunderen ons lijstje slechte woordgrappen.
'Titel,' gniffelt hij erachteraan.
Geen reactie. De dame is, zo gezegd, not amused.

Rijk aan lotto- en krasloten verlaten we de boekhandel. Schaterlachend uiteraard.

24 oktober 2009

Waar was de rest?

Langzaam haalde de gerenommeerde deejay zijn apparatuur weg. Tussen hem en deze stad was het geen liefde. Keurig kwam hij elke editie opdagen – hij werd er immers riant voor betaald – maar bleef het publiek thuis. De weinige aanwezigen waren door de jonge rappers voor hem op het podium naar voren geroepen. Men deed alsof het toch een geslaagde avond was, maar iedereen wist beter. Waar was de rest?

Elk snoertje werd rustig opgerold. De rappers riepen om extra props voor de deejay. Een gerenommeerde naam. Een lege zaal. Hij bekeek de jongens en knikte mee op het ritme van de beats. Lichtstralen braken op de klep van zijn pet.
Misschien moet liefde groeien...

20 september 2009

Mooie jongens

'Mooie jongens zijn saaie jongens,' sprak mijn tante. Haar wijn druppelde erbij uit haar mond. Passie en slikken gaan slechts in beperkte situaties samen. 'En geloof me: ik heb mijn deel mooie jongens wel gehad vroeger.'
Ze liet een stilte vallen om spanning op te bouwen voor de onvermijdelijke conclusie van haar statement. Moed om tot het einde van haar verhaal te komen leek ze te verzamelen in een bakje pinda’s op tafel. Met doortastende bodemdrift grabbelde haar vingers tussen de gezouten nootjes.
'Mooie jongens heb ik gehad, en ze zeiden dat ze geil waren. Maar als puntje bij paaltje kwam wilden ze mijn hol niet likken hoor! Terwijl liefde, zoals elke passie, uiteindelijk viezehandenwerk is.'
Om haar woorden kracht bij te zetten, nam m’n tante een slok van haar wijn. Dat en een achtergebleven pinda werden haar teveel. Ze verslikte zich en bleef minuten lang in een hoestbui hangen. Net lang genoeg om de rest van haar verhaal te vergeten. In ieder geval is ze er nooit op terug gekomen of op door gegaan.

Jarenlang ben ik onbevredigd aan de kont van mijn tante blijven denken. Volgens mijn therapeut een schrikbarende conclusie.

Vjize plantjes

In een winkeltje zoeken we tussen de strandspullen naar waterschoenen. Lebowski-waterschoenen. Lelijke.
Maar in Nin (Kroatië) is het niet makkelijk om te vinden wat je zoekt – we zijn in Noord-Dalmatie maar heben er nog geen 101 gezien. Sterker nog: we hebben nog niet één gevlekte hond gezien.

‘Maar wat als ik hem Bassie de Adriatische haai noem?’ vraagt ze triomfantelijk. In haar hand houdt ze de doos van een opblaasdolfijn die zij haai noemt. Mijn kritiek leidt tot onenigheid in het zwemspullenwinkeltje, dus nuanceer ik het tot vis.
Natuurlijk zijn er dierenvrienden die menen dat een dolfijn een zoogdier is, maar er zijn legio argumenten waarom het een vis is. Dwarsstraten? Ze zwemmen. Bovendien sterven ze tussen tonijn. Dat is volgens velen zielig, maar van belang is dit: tonijn is vis. Want ze zwemmen. Basta.
‘Dan zijn het nog steeds geen waterschoenen,’ antwoord ik. Verdere discussie probeer ik in het winkeltje te vermijden.
‘Nee,’ vindt ze, ‘maar hiermee hoef ik óók niet in die vjize plantjes op de bodem te staan!’

Wat is er hinderlijker: deze haai-dolfijn-discussie in het winkeltje, de oorzaak van ons bezoek hier (“Heus, je kunt gewoon op die plantjes staan; niks aan het handje.” “Nee, maar alles aan de voetjes!”) of de vergissing om De Machine van de JvT mee te nemen? Sinds ons vertrek is alles “vjis”, “faffie” of “shine”.
‘Anders koop je ze allebei; ik denk dat je shinet als een gek op die vis,’ bind ik in.
‘Dát denk ik ook,’ concludeert ze. De doos schuift ze terug in de het vak en ze stapt parmantig naar de waterschoenen.
Alles is voor Bassie.

11 juli 2009

Wijwater

Pas jaren later begreep de vrome moslim dat het komisch was hoe hij als tweedetaalverwerver dorstig tegen een pastoor had gezegd: 'Wij water willen!'

8 juli 2009

Goede intenties

We lieten de snaren met rust en stapten de keuken in. Het gevoelige hout bleef eenzaam achter op de bank.
‘Ik heb twee flesjes staan,’ sprak ik gepast hautain, ‘een Ier en een Schot. Allebei tien jaar oud, allebei single malt.’
‘Welke is het lekkerst?’ vroeg hij, de gitarist in opleiding.
Ik vond dat we dat vanavond nog maar ‘ns uit moesten zoeken en schonk uit beide flessen een glas. Op de voorwaarde dat we even van elkaar mochten nippen. Bacteriële uitwisseling begint vaker bij enthousiasme.

‘Ik heb wel een voorkeur,’ zei hij. Ik herhaalde zijn stelling vanuit de eerste persoon. Daarbij overhandigden wij elkaar ons eigen glas. Onze meningen vielen precies goed: de eigen whisky was lekkerder. Alsof de eerste slok doorslag gaf. Misschien is de eerste waarneming altijd het overtuigendst, zelfs als hij niet waar is. Bij die gedachte overwoog ik een verkenningstocht op metafysisch terrein, maar bij nader inzien flapten die kaarten op tafel. Ik ben daar het type niet naar. Zeker niet nu.
De zon struikelde onhandig achter de Coevordensingel.
‘Moet ik je nu ook betalen voor die gitaarles?’ trok hij me terug in de werkelijkheid.
‘Nee,’ klonk mijn antwoord, ‘dan zou ik je ook echt iets moeten leren.’
Hij lachte beleefd om mijn flauwe grap. En terecht, ik deed hem ook een plezier.

Intussen zette een kat op de parkeerplaats verderop zijn klauwen in een duif.
Gefascineerd door het tafereel nipte ik nogmaals uit mijn glas. Hij nam een trekje aan zijn sigaret en zag hetzelfde gebeuren. Een ferme uithaal was voor de kat voorlopig voldoende om ons voorbeeld te volgen. Op kleine afstand keek hij toe hoe de duif leed, waarbij hij zich nonchalant uitstrekte. Het steen beviel het kleine roofdier prima; hij ging erbij liggen. Zijn staart draaide geamuseerd boven zijn kont.
‘Hij had hem te pakken hè?’ oordeelde de gitarist.
‘Daar ziet het wel naar uit,’ gaf ik toe.
De gitarist nam nogmaals een trekje, waarop ik instemde met een slokje. De whisky brandde zich een baan naar beneden. Misschien is roken en kwalijke gewoonte, maar de drinker is nog altijd slechter af.

Via kattenverhalen fladderde onze conversatie verder. Onze ogen, echter, bleven gericht op de kat en zijn duif. De vogel vocht voor overleving, zijn slager zag daar vermaakt op toe.
Op korte afstand overzag een tweede kat het tafereel.
‘Zou hij jaloers zijn?’ vroeg ik over de aanwezigheid van de tweede kat.
‘Misschien,’ antwoordde de gitarist.
Het antwoord bleef ons bespaard omdat er een fiets de hoek omdraaide. Langs de bosjes, richting de duif. Overrompeld vluchtte de kat wat bosjes in.
Op de een of andere manier voelde de vrouw op haar vouwfiets zich betrokken bij dit tafereel. Dieren zien sterven is nu eenmaal niet leuk. Meestal roept het gevoelens tot handelen op. Hoewel dat bij sommigen niet het geval is. Langs de vrouw op de vouwfiets stapte een andere vrouw richting de betaalautomaat op het Kolkplein. Haar muntjes rolde in de automaat.
Geheel in de geest van haar hulpverlening tilde de vouwfietsvrouw haar stervende duif op. Ze concludeerde dat het niet goed ging met het diertje. Daarop liep ze naar de bosjes achter de betaalautomaat en zette de duif er voorzichtig in. Ze liep terug naar haar fiets, stapte op en ging weg.

‘Tragiek is iets moois,’ oordeelde ik na het schouwspel.
‘Hoezo?’ kwam er een wedervraag.
‘Op exact diezelfde plek schoot net de kat in de bosjes,’ ordende ik mijn gedachten hardop. ‘Waarmee deze vrouw onbewust een stervende zwaan in het hol van de leeuw gooit. Ironisch, hoe goede intenties ontaarden in een gruweldaad.’
Een bittere conclusie die werd bevestigd met een lach.
Verderop reed een bus voorbij. De vrouw, de onbewuste beul, trotseerde een bruggetje en sloeg de Coevordensingel op. Op het Kolkplein kwam de kat weer uit de bosjes. In zijn bek droeg hij de duif. Vleugels fladderden pijnlijk, een vogelnek werd omgedraaid. Langzaam stopte het gefladder.
De kat zag de tweede kat en nam zijn prooi weer mee de bosjes in.
‘Hoe laat gaat de bus?’ vroeg de gitarist. Hij doofde zijn peuk en pakte zijn glas vast.
Samen liepen we naar binnen.

Laatste berichten

Laatste reacties

  • Levien Ach, wat is pijn Yos? Ik de
  • Di Mario Mij net iets te makkelijk, a
  • Olmo Ik ben alleen bang dat haar
  • Olmo @ Mariska: Maar dan willen w
Neem inhoud van deze site over (XML)