We lieten de snaren met rust en stapten de keuken in. Het gevoelige hout bleef eenzaam achter op de bank.
‘Ik heb twee flesjes staan,’ sprak ik gepast hautain, ‘een Ier en een Schot. Allebei tien jaar oud, allebei single malt.’
‘Welke is het lekkerst?’ vroeg hij, de gitarist in opleiding.
Ik vond dat we dat vanavond nog maar ‘ns uit moesten zoeken en schonk uit beide flessen een glas. Op de voorwaarde dat we even van elkaar mochten nippen. Bacteriële uitwisseling begint vaker bij enthousiasme.
‘Ik heb wel een voorkeur,’ zei hij. Ik herhaalde zijn stelling vanuit de eerste persoon. Daarbij overhandigden wij elkaar ons eigen glas. Onze meningen vielen precies goed: de eigen whisky was lekkerder. Alsof de eerste slok doorslag gaf. Misschien is de eerste waarneming altijd het overtuigendst, zelfs als hij niet waar is. Bij die gedachte overwoog ik een verkenningstocht op metafysisch terrein, maar bij nader inzien flapten die kaarten op tafel. Ik ben daar het type niet naar. Zeker niet nu.
De zon struikelde onhandig achter de Coevordensingel.
‘Moet ik je nu ook betalen voor die gitaarles?’ trok hij me terug in de werkelijkheid.
‘Nee,’ klonk mijn antwoord, ‘dan zou ik je ook echt iets moeten leren.’
Hij lachte beleefd om mijn flauwe grap. En terecht, ik deed hem ook een plezier.
Intussen zette een kat op de parkeerplaats verderop zijn klauwen in een duif.
Gefascineerd door het tafereel nipte ik nogmaals uit mijn glas. Hij nam een trekje aan zijn sigaret en zag hetzelfde gebeuren. Een ferme uithaal was voor de kat voorlopig voldoende om ons voorbeeld te volgen. Op kleine afstand keek hij toe hoe de duif leed, waarbij hij zich nonchalant uitstrekte. Het steen beviel het kleine roofdier prima; hij ging erbij liggen. Zijn staart draaide geamuseerd boven zijn kont.
‘Hij had hem te pakken hè?’ oordeelde de gitarist.
‘Daar ziet het wel naar uit,’ gaf ik toe.
De gitarist nam nogmaals een trekje, waarop ik instemde met een slokje. De whisky brandde zich een baan naar beneden. Misschien is roken en kwalijke gewoonte, maar de drinker is nog altijd slechter af.
Via kattenverhalen fladderde onze conversatie verder. Onze ogen, echter, bleven gericht op de kat en zijn duif. De vogel vocht voor overleving, zijn slager zag daar vermaakt op toe.
Op korte afstand overzag een tweede kat het tafereel.
‘Zou hij jaloers zijn?’ vroeg ik over de aanwezigheid van de tweede kat.
‘Misschien,’ antwoordde de gitarist.
Het antwoord bleef ons bespaard omdat er een fiets de hoek omdraaide. Langs de bosjes, richting de duif. Overrompeld vluchtte de kat wat bosjes in.
Op de een of andere manier voelde de vrouw op haar vouwfiets zich betrokken bij dit tafereel. Dieren zien sterven is nu eenmaal niet leuk. Meestal roept het gevoelens tot handelen op. Hoewel dat bij sommigen niet het geval is. Langs de vrouw op de vouwfiets stapte een andere vrouw richting de betaalautomaat op het Kolkplein. Haar muntjes rolde in de automaat.
Geheel in de geest van haar hulpverlening tilde de vouwfietsvrouw haar stervende duif op. Ze concludeerde dat het niet goed ging met het diertje. Daarop liep ze naar de bosjes achter de betaalautomaat en zette de duif er voorzichtig in. Ze liep terug naar haar fiets, stapte op en ging weg.
‘Tragiek is iets moois,’ oordeelde ik na het schouwspel.
‘Hoezo?’ kwam er een wedervraag.
‘Op exact diezelfde plek schoot net de kat in de bosjes,’ ordende ik mijn gedachten hardop. ‘Waarmee deze vrouw onbewust een stervende zwaan in het hol van de leeuw gooit. Ironisch, hoe goede intenties ontaarden in een gruweldaad.’
Een bittere conclusie die werd bevestigd met een lach.
Verderop reed een bus voorbij. De vrouw, de onbewuste beul, trotseerde een bruggetje en sloeg de Coevordensingel op. Op het Kolkplein kwam de kat weer uit de bosjes. In zijn bek droeg hij de duif. Vleugels fladderden pijnlijk, een vogelnek werd omgedraaid. Langzaam stopte het gefladder.
De kat zag de tweede kat en nam zijn prooi weer mee de bosjes in.
‘Hoe laat gaat de bus?’ vroeg de gitarist. Hij doofde zijn peuk en pakte zijn glas vast.
Samen liepen we naar binnen.
Laatste reacties